Pycnonotus bimaculatus

Pycnonotus bimaculatus - Oranjevlek buulbuul, Goudteugelbuulbuul - Orange-spotted Bulbul - Goldzügelbülbül

Pycnonotus bimaculatus

Diversen:

Naast de nominaatvorm van de Oranjevlekbuulbuul – Pycnonotus bimaculatus – 19 – 20 cm. grootte, zijn 3 subspecies bekend te noemen:1) Pycnonotus bimaculatus snouckaerti uit Noordwest-Sumatra.2) Pycnonotus bimaculatus bimaculatus uit Zuidwest-Sumatra en West- en Centraal-Java. 3) Pycnonotus bimaculatus tenggerensis uit de hooglanden van Oost-Java en Bali.Er zijn lichte verschillen waarneembaar aan de gele wangen en de opvallende oranje vlek net boven de snavel (zie foto’s).Bij de Pycnonotus b. bimaculatus van West-Java zijn de gele wangvlekken feller van kleur dan de Pycnonotus b. tenggerensis van Oost-Java. De Pycnonotus b. snouckaerti van Noordwest-Sumatra bezit een gehele donkere buik en wijkt dus geheel af van de eerder genoemde subspecies. De vogels geven de voorkeur aan de vegetatie op open terrein en zij dringen zelden verder in het oerbos door dan tot de randen daarvan. Zij leven meestal alleen of paarsgewijs en niet hoog boven de grond.Door bewegelijkheid en het luide geroep zijn ze nogal opvallend, waardoor ze door de waarnemer meestal niet lang verborgen blijven. De zang is bij beide geslachten hetzelfde, een riedel van hoge, maar toch aangename klanken die lang en vaak worden herhaald. Het stevig gebouwde komvormige nest, met een middellijn van 10– 12 cm. en een hoogte van 5–8 cm, waarvan de nestkom 5-7 cm. in diameter, en een diepte van 3-4 cm. is, wordt meestal in een boom of struik op een hoogte van 1 tot 1,5 m. van de grond gebouwd. De samenstelling van het nest bestaat uit dunne, buigzame takjes, vezeltjes, bladnerven of worteltjes, enz. waarvan een deel stevig rondom de takjes is gewikkeld waarop het nest wordt gebouwd. De nestkom wordt gevoerd met dunnere, hoofdzakelijk donkere, stugge vezeltjes enz. het legsel bestaat uit twee, soms drie eieren.Deze eieren zijn gemiddeld 23,37 x 16,90 mm.; lengte variatie 22,10 – 25 mm. en breedtevariatie 16,40 – 17,70 mm. Ze zijn normaal tot lang ovaal, soms nogal bol. Zwak glanzend of mat. De ondergrond is wit, vaak ook roze of paarsig getint, grotendeels bedekt door een donkere tekening bestaande uit fijne, dicht bijeen staande, zeer onregelmatige vlekjes en spikkels, gelijkmatig over de schaal verdeelt, soms meer op de stompe pool waar dan een duidelijke krans staat. De secundaire tekening is violet- of paarsgrijs. Primaire wijnkleurig- of chocoladebruin, plaatselijk naar Indisch rood trekkend.De broedtijd in de natuur is maart, mei, juni, augustus en oktober.
Door Ger Essenberg.

Pycnonotus bimaculatus
Mijn ervaringen met de Oranjevlekbuulbuul – Pycnonotus bimaculatus bimaculatus - Door Bert van Rijkom.

INLEIDING
Begin van dit jaar werden mij 2 ongeringde buulbuuls aangeboden die al verschillende malen van eigenaar verwisseld waren. De een vertelde dat ze al eieren gelegd hadden. Volgens de laatste eigenaar was het geslachtsverschil te zien aan de gele kleuren die deze vogels aan de kop lieten zien. Ze zouden ook al met nestmateriaal gesleept hebben maar achter het juiste verhaal kwam ik niet. Ik vond het dus toch wel riskant om dergelijke vogels op de bonnefooi over te nemen. Ik wilde mij echter meer gaan toeleggen op het houden en fokken van insectenetende vogels, ik had op dat moment al 3 jonge roodoorbuulbuuls in het nest liggen. Eventueel kon ik de onbekende, volgens de verkoper geelwenkbrauw buulbuuls , buulbuuls ruilen tegen een paar Japanse nachtegalen, maar ik was bang dat ik met 2 mannen thuis kwam en waar haal je een onbekende pop buulbuul vandaan, temeer ik deze vogels nog nooit gezien had. Een vogelcollega zond mij een site waarop de geelwenkbrauw buulbuul afgebeeld stond. Deze vogel leek in het geheel niet op de mij aangeboden vogels. Mijn vogelvriend Henk raadde mij aan om eens bij de speciaalclub insecten- en vruchtenetende vogels in infomeren, om achter de juiste soortnaam te komen. Hierop nam ik contact op met Tamme en die gaf aan mij om Ger eens te raadplegen. En om er helemaal bij te horen meldde ik mij gelijk aan als lid van deze speciaalclub. Na wat mailtjes en foto’s heen en weer gestuurd te hebben, hoorde ik dat het de oranjevlekbuulbuul betrof, tevens werd mij aangeraden de vogels via DNA onderzoek te laten seksen. Ik besloot de gok te wagen en heb de vogels geruild. Inderdaad was er op het oog een duidelijk verschil tussen de 2 vogels.

MIJN VERDERE ERVARINGEN MET EEN GROTE VERRASSING!
Om zekerheid te krijgen wat de geslachten van de aangeschafte buulbuuls waren, besloot ik enkele veren op te sturen voor DNA onderzoek. De uitslag was gunstig, ik had inderdaad een paartje.De oranjegele vlekken aan de kop van de man zijn feller van kleur dan bij de pop, ook het geel aan de stuitbevedering is bij haar minder aanwezig dan bij de man. Tevens is zijn schubtekening op de kop en de keel- en halskleur donkerzwartbruin, terwijl dit bij het popje iets fletser van kleur is. Nadat de oranjevlekbuulbuuls wat geacclimatiseerd waren, begonnen zij feller tegenover de andere medebewoners te worden. Ook toonden ze een imponerend gedrag aan het gaas tegenover de jonge roodoorbuulbuuls die in de aangrenzende volière zaten. Omdat ik revalideer na een operatie heb ik veel tijd om ze te observeren. Groot was mijn verwondering dan ook toen ik op 22 augustus ging voeren, plotseling werd ik geconfronteerd met 2 uitgevlogen jonge oranjevlekbuulbuuls op stok. Na mijn ogen nog eens goed uitgewreven te hebben, keek ik nogmaals en ja hoor met hetzelfde resultaat 2 mooie jongen die er vrij stevig uitzagen op het eerste gezicht en toch ook al redelijk konden vliegen. Dit ondanks het feit dat ze nog maar nauwelijks een staartje hadden en dun bevederd waren. Direct heb ik in de volière alle nestkastjes bekeken, nergens was echter op dat moment een nest en/of eieren te vinden, het lijkt wel of het levendbarende vogels zijn! Ofschoon ik het blamerend vind, dat ik ondanks alle observaties, niets van een broedproces had opgemerkt, ben ik niet minder blij. Met veel pijn en moeite heb ik ze een 4 mm. ring omgeschoven. De vogels zijn gehuisvest in een volière van 3,5 m. lang, bij 1,5 m. breed, bij 2 m. hoog. Hierin zijn wat dode kerstbomen en dode coniferen geplaatst. Het zijn dode planten en kunsttakken omdat de volière geheel overdekt is in verband met overlast van houtduiven, roofvogels en ’s avonds uilen, dit aangezien ik in een bosrijk gebied woon. Aanvankelijk deelden zij de volière met diamantduifjes. Dit ging in het begin prima, totdat ik op een dag, een duifje met een bebloede kop op de grond vond en de ander met een geheel gehavend verenkleed. De verwondingen waren dusdanig dat de vogel dezelfde dag overleed. De andere werd gelijk apart gezet. Bij de roodoorbuulbuuls geven andere medebewoners geen problemen en brengen de duifjes hun jongen in hetzelfde verblijf groot. Ook de groenlingen en enkele Australische prachtvinken werden tijdens het broedproces van de roodoren met rust gelaten. Ik heb ze alleen uit de volière verwijderd om meer het levende voer te kunnen doceren voor de jonge roodoorbuulbuuls. Zij allen aten graag van het levende voer en dit was nu even niet de bedoeling! Nadat de duifjes verwijderd waren hadden de oranjevlekbuulbuuls de volière voor zich alleen. Vermoedelijk was de agressie een teken van toenemende broedsheid geweest.Deze buulbuuls houden zich altijd laag op in de struiken of op een uitsteeksel in het gaas op een hoogte van ongeveer 50 cm van de grond. Ze blijven echter wel schuw en verstoppen zich snel, dan wel houden ze maximale afstand. Afwisselend krijgen zij als voedsel verschillende soorten vruchten zoals: appel, peer, banaan, pruim, vlierbessen, geknipte geweekte rozijnen, dit afhankelijk van het aanbod, zo ook meloen, bramen enz. Daarnaast een universeel- en wat eivoer, hierop worden de rozijnen gestrooid met de pinky’s en buffalowormen. Tevens diepvries kleine krekeltjes en meelwormen. Toen de jongen er waren, werden voornamelijk de witte meelwormen door de vogels uitgezocht, pinky’s worden minder gegeten dan de buffalo’s. Nu op 6 september, zijn de jongen bijna zelfstandig, ik moet de man in de gaten houden, en zou gauw hij gaat jagen haal ik de jongen uit de volière. De pop heeft vandaag haar eerste ei van de tweede ronde gelegd. Nu ik ze nog nauwlettender in de gaten heb gehouden heb ik het nieuwe nest gevonden. Het is gebouwd van kokosvezel in een kanarienestkastje, vlak onder het dak op ongeveer 2 meter hoogte. Het is maar een schamel nest. Het totale legsel bestaat uit 2 eieren. De eieren hebben dezelfde kleur als die van de roodoorbuulbuuls d.w.z. lila-roodgemelleerd. Mogelijk was dit ook bij de eerste ronde het geval, daar ik geen onbevruchte eieren gevonden heb, naast de 2 jongen.Ook dit keer heb ik de pop echter nog nooit op het nest gezien. Waarschijnlijk horen ze mij aankomen over het grind en wordt de pop gewaarschuwd door de man die veelvuldig zijn roep laat horen.Aangekomen bij de voliere zitten ze allebei naast elkaar in een de struiken. Inmiddels zijn de 2 jongen van de eerste ronde , geheel zelfstandig en in een andere vlucht geplaatst. Ze zijn aanzienlijk gegroeid en goed in de veren gekomen.Op een door mij geplaatste advertentie is gereageerd door een Italiaan die mij een kweekkoppel en een jong van 2007 aanbood. Hij komt binnenkort naar Nederland en heeft toegezegd de vogels mee te nemen. Als dit doorgaat kan ik volgend jaar met 3 onverwante koppels een bestand van deze vogels op proberen te bouwen. Pycnonotus bimaculatus Pycnonotus bimaculatus Pycnonotus bimaculatus

LITERATUUR
De Avifauna van Tjibodas en omgeving (Java).Door A. Hoogerwerf – 1949. Een uitgave van de Koninklijke Plantuin van Indonesië – Buitenzorg – Java.A field guide to the Birds of Borneo, Sumatra, Java and Bali. Van John MacKinnon en Karen Phillipps. Uitgave Oxford. ISBN 0-19-854035-3.Handbook of the BIRDS OF THE WORLD. Volume 10, uitgave Lynx Edicions – BirdLife – International. ISBN 84-87334-72-5.
Pycnonotus bimaculatus
Pycnonotus bimaculatus
Pycnonotus bimaculatus
Pycnonotus bimaculatus
Pycnonotus bimaculatus
Pycnonotus bimaculatus