Pycnonotus cafer

Pycnonotus cafer - Kala buulbuul, Roodbuikbuulbuul - Red-vented Bulbul - Russbülbül

Pycnonotus cafer

Diversen:

De roodbuikbuulbuul is een ongeveer 20 cm lange vogel, inclusief de 6 cm lange staart. Het dier heeft een donkerbruine romp en een zwarte kop met een karakteristieke kuif. De kleur van de buik verloopt van bruingrijs tot lichtgrijs (tegen wit aan) bij de onderkant van de staart. Onder de staart bevindt zich een rode tot oranjerode vlek, waar het dier zijn naam aan te danken heeft. De staart is zwart met witte uiteinden.
Er is geen verschil tussen de kleuren en tekening bij mannetjes en vrouwtjes. De juvenielen (jongen) zijn wel lichter en matter van kleur. Individueel komen lichtere en donkerdere vogels voor.
Er zijn een aantal verschillende roepen die de dieren gebruiken ter begroeting, tijdens het vliegen en ten minste twee verschillende alarmroepen. De meest gehoorde roep is een helder, drietonig dien-aa pier. Ook kan de roodbuikbuulbuul een serie scherpe geluiden (pik pik pik pik) laten horen. De alarmroepen bij gevaar wordt door veel andere soorten vogels herkend.
De roodbuikbuulbuul voedt zich met fruit, nectar, bloembladeren en insecten. In een aantal gevallen is waargenomen hoe de vogel een gekko (Hemidactylus flaviviridis) ving en opat. Onder de plantensoorten waarvan het dier de bladeren of bloembladeren eet zijn diverse soorten Magnolia en luzerne (Medicago sativa). Op Hawaii proberen natuurbeschermers met chemicaliën het dier van de bloemen van diverse zeldzame soorten orchideeën af te houden. De roodbuikbuulbuul is intelligent genoeg deze chemicaliën te leren herkennen. Roodbuikbuulbuuls spelen een belangrijke rol bij de verspreiding van zaden van planten, zoals Carissa spinarum. Een andere reden waarom de vogel buiten het natuurlijk verspreidingsgebied als ongewenste nieuwkomer wordt beschouwd is dat hij de zaden van invasieve plantensoorten als de wisselbloem (Lantana camara) en Miconia calvescens verspreidt.
Het broedseizoen is van juli tot september. Het nest wordt meestal in lage bomen of struikgewas gebouwd, op een hoogte van 2 tot 3 meter. Soms worden de nesten in holle boomstammen, huizen of in een hol in de stootoever van een rivier gemaakt. Er zijn ook nesten aangetroffen op een drijvende mat waterhyacinten en zelfs in een in gebruik zijnde bus. Het nest is rond en opgebouwd uit twijgjes, maar ook ander materiaal kan gebruikt worden. De eieren zijn zachtroze van kleur, met donkerrode tot bruine vlekken die op de bredere kant van het ei een dichtere bedekking vormen. De jacobijnkoekoek is een broedparasiet van de roodbuikbuulbuul. De eigen eieren komen na ongeveer 14 dagen broeden uit. Beide oudervogels helpen de jongen te voeden. De ouders eten het excrement van de jongen.
Op Oahu (Hawaii) heeft de introductie van buulbuuls (zowel roodbuikbuulbuuls als de verwante roodoorbuulbuuls) geleid tot een verandering in het voorkomen van de rupsen van de monarchvlinder (Danaus plexippus). De vogels eten vooral de rode rupsen, waardoor deze in de loop van 20 jaar vrijwel zijn verdwenen ten opzichte van witte exemplaren.

Pycnonotus cafer

Fokken met de kala buulbuul, Pycnonotus cafer - Door: Johnny Wierda

De kale buulbuul, ook wel roodbuik buulbuul genoemd, is afkomstig uit het zuidoosten van Azië, van China tot Pakistan en is ingevoerd in diverse andere landen zoals Hawaï. In 2007 kwamen er zelfs uit Nederland meldingen van in het wild waargenomen kala buulbuuls. Of dit ook werkelijk in het wild levende exemplaren waren of slechts los gekomen vogels, is niet bekend. Hun uiterlijk is enigszins somber te noemen met weinig kleur. De vogels bezitten echter wel een prachtige schubtekening over het grootste deel van het lichaam. Alleen de zwarte kop mist de schubtekening. De onderstaartveren zijn faalrood van kleur. De staart is donker en heeft aan het uiteinde een ongeveer 1 cm brede witte zoom. Onderscheid in de geslachten is op het blote oog nauwelijks waarneembaar. Over het algemeen zijn de zwarte kopkleur en de rode onderstaartveren bij de man iets intensiever van kleur. Zingen doet over het algemeen alleen de man maar ook de pop kan dit als de beste. Het dansen tijdens de balts is alleen aan de man voorbehouden. Tijdens de bals is de zang melodieus maar zacht. Als er onraad dreigt laten ze een paniekroep horen die wel duidelijk hoorbaar is over grote afstand maar zonder daarbij hinderlijk te zijn.
Het zijn vogels die best tegen een stootje kunnen en daardoor gedurende het hele jaar in een buitenvolière kunnen verblijven. Persoonlijk vind ik het echter altijd wenselijk als er toch de beschikking is over een nachtverblijf. De vogels zoeken dan zelf wel op waar ze het liefst de nacht doorbrengen. Het zijn ook vogels welke rustig in een gezelschapsvolière gehouden kunnen worden. In tegenstelling tot veel andere buulbuuls zijn de kala’s nauwelijks agressief. Meerdere koppels buulbuuls samen in dezelfde volière gaat echter niet.

In het midden van de negentiger jaren van de vorige eeuw, kreeg ik een koppel wildvang kala buulbuuls in mijn bezit. Tot dan toe had ik geen enkele ervaring met buulbuuls. Het bestaan van de soort was bij mij zelfs niet eens bekend. Ik had echter wel enige ervaring met andere vruchten en insecteneters. Het paar werd gehuisvest in een ruime buitenvolière. De volière was volledig beplant met diverse struiken en kleine boompjes. Voor in de volière was zelfs een klein vijvertje aangelegd. Aangrenzend was een nacht(winter) verblijf wat desgewenst verwarmd kon worden. Als gezelschap hadden de vogels een diversiteit aan medebewoners. Op de bodem van de volière waren dat een paar Hottentot talingen een kleine eendensoort, een paar roulrouls en een paar witborst rallen. Verder hadden ze gezelschap van een paar Japanse nachtegalen, Japanse pestvogels, Kaapse mussen, blauwfazantjes, Mozambique sijsjes, Fischer toerako’s, oever maina’s en rijstvogels. Maar ook parkieten zoals swiftparkieten en roodflanklori’s bewoonden de volière die overigens zo’n 40 m² groot is met een nachtverblijf van zo’n 6 m². De buitenvolière is voorzien van een regeninstallatie om tijdens warme dagen enige verkoeling te kunnen geven. De vogels zitten zelden in de kunstmatige regenbui maar zodra de kraan dicht is gedraaid, komen ze massaal tevoorschijn en beginnen zich in de natte bladeren van de struiken te baden.
Er staat altijd een diversiteit aan maaltijden klaar. Gezien het gemengde vogelbestand, en de verschillende voerbehoeftes van die vogels, is er dus altijd wel iets wat ze lusten. Mijn ervaring is dat het geen echte kieskeurige vogels zijn als het om voeding gaat maar men moet wel bedenken dat vogels over het algemeen net kleine kinderen zijn die als de kans krijgen alleen eten wat ze lekker vinden. Maar naar mijn mening gaat dat bij de kala’s niet geheel op. Er stond altijd volop universeelvoer, meelwormen en pinkies ter beschikking. Als fruit voer ik dagelijks in kleine stukjes gesneden appel, kiwi, tomaat, komkommer en druiven. In het seizoen voer ik ook aardbeien, kersen, bosbessen, vlierbessen enz net wat er op dat moment vers te verkrijgen is. Enkele keren per week worden afwisselend sinasappel, banaan, vijgen en rozijnen gegeven. De vijgen en rozijnen worden eerst 24 uur in water geweekt. Met enige regelmaat voer ik fijn gesneden andijvie. Normaal zou je denken dat de vogels zich vol zouden eten aan alleen meelwormen maar er werd van alles wat gegeten. Sterker nog, het fruit werd als eerste genomen, daarna universeelvoer en pas dan de meelwormen. Toen er jongen in het nest lagen werden er natuurlijk meer meelwormen genuttigd maar daarbuiten aten ze echt van alles wel iets behalve zaden.

Het eerste jaar dat ik de vogels in de volière had was direct al een succesjaar te noemen. In totaal werden 3 nesten groot gebracht met een eindresultaat van 10 jongen. Het eerste nest was een volledige verrassing voor mij. Ik inspecteer de volière regelmatig op zoek naar nesten maar het nest van de kala’s heb ik achteraf bezien over het hoofd gezien. Toen ik het ontdekte lagen er al 4 eitjes in en twee dagen later lagen er al 4 jongen! Een broedtijd van 2 dagen was echt ongelofelijk. Ik kon dus op dat moment niet zeggen hoe lang de broedduur was en wist ook niet hoe lang de jongen in het nest bleven. Na zo’n 6 dagen gingen de oogjes open wat voor mij een teken is dat de ringen erom moeten. Dat ging op die leeftijd nog goed en vanaf dat moment ben ik het blijven doen op een leeftijd van 6 á 7 dagen. De ringmaat is 3,5 mm. De jongen groeiden allemaal bijzonder snel en verlieten na 14 dagen het nest. Het zijn dan nog kleine stuntelige vogeltjes die altijd dicht tegen elkaar ergens in het groen zaten. Beide ouders bleven voeren maar na een week had de pop opnieuw gelegd. De jongen waren toen ook al redelijk gegroeid en aten al zelfstandig maar als pa in de buurt was werd er toch nog om voer gebedeld en gegeven. De jongen bleven de hele zomer in de volière zonder dat de ouder vogels daar hinder van ondervonden. Het nest bevond zich in een conifeer op een hoogte van zo’n 120 cm. Het was dicht tegen de stam gebouwd in een soort vorktak. Als nestmateriaal hadden ze kokosvezel en gras gebruikt. Een zacht binnennest was er niet. De omvang van het was naar mijn eerste indruk een beetje aan de kleine kant. De nestkom zelf had een doorsnede van slechts 4 cm.

Aan het eind van de zomer heb ik de jongen eruit gevangen en in een andere volière ondergebracht. De oudervogels kregen toen weer rust en konden ongestoord de winter in gaan. Het jaar daarop heb ik beter opgelet of, en waar er genesteld werd. Tot mijn verbazing werd precies dezelfde plek uitgekozen. Ik zal nooit vergeten dat ik dat jaar op 1 maart het eerste ei had en op 4 maart was het legsel van 4 eitjes compleet. Het broeden begint pas als het legsel compleet is waardoor de jongen allemaal op dezelfde dag uit het ei kruipen. Geen reden dus om eitjes te rapen en te vervangen voor kunsteitjes. Op het moment dat er jongen zijn verhoog ik de hoeveelheid te voeren pinkies en meelwormen. Eigenlijk kan ik beter zeggen dat ze vanaf dat moment onbeperkt beschikbaar zijn. Er zijn slechts 10 á 11 dagen nodig om de eitjes uit te broeden en daarna nog slechts zo’n 15 dagen voordat de jongen het nest verlaten. Op 1 april had ik 4 gezonde jongen op stok welke nog wel door de ouders gevoerd werden. Enkele dagen later had de pop alweer gelegd en had er kennelijk zin in want er werden toen 5 eitjes gelegd. Met als resultaat dat er een maand later nog eens 5 jongen op stok zaten. Het derde nest was weer een normaal legsel van 4 eitjes maar het vierde nest werden er opnieuw 5 gelegd welke ook allemaal uitkwamen. Dat jaar is nog steeds mijn beste buulbuuljaar geweest met een score van 18 jongen uit 4 legsels en dan ook nog eens 0% uitval.
Helaas komt aan dergelijke successen altijd een abrupt einde en bij mij was dat dus niet anders. De man vertoonde op een gegeven ogenblik verlammingsverschijnselen waarbij zijn rechter poot van het lichaam wegschoof als hij op de stok zat. In eerste instantie denk je dan aan een worminfectie waarbij ook vaak verlammingsverschijnselen voorkomen. Mestonderzoek wees echter uit dat er geen sprake was van een worminfectie dus moest de oorzaak elders gezocht worden. De algemene gezondheidsindruk van de vogel was goed. Hij was levendig, bewegelijk en zong zelf. Eten en baden gingen normaal en de mest zag er normaal uit. Na verloop van tijd werd de verlamming erger en op een gegeven ogenblik zag ik dat wanneer de poot wegschoof, hij tegelijkertijd zijn kop in de nek legde. Het leek alsof die twee dingen direct met elkaar in verbinding stonden en dat het ene het andere mee trok. Op het laatst lag de vogel op zijn rechter zij waarbij hij nog steeds het hoogste lied zong. Na raadpleging van de dierenarts, die toen ging denken dat er wellicht sprake zou kunnen zijn van een hersenbloeding of iets dergelijks, heb ik besloten om de vogel in te laten slapen.
Ik moest op zoek naar een nieuwe man wat niet eenvoudig was. De meeste vogels bij mij in de buurt waren afkomstig van mijn kweekpaar en waren dus verwant aan mijn pop. Helaas kon ik geen onverwante man vinden en heb dus tegen mijn principe in een man aan mijn pop gekoppeld welke zij zelf had grootgebracht. Met andere woorden; ik had de zoon aan haar gekoppeld. Ik ben eigenlijk geen voorstander van dergelijke paringen maar noot breekt wet. De vogels waren samen ondergebracht in de buitenvolière maar in de eerste 2 jaar heb ik geen resultaten kunnen boeken. Een ander paar, broer/zus, was eveneens niet succesvol. Ondertussen was het 2005 geworden. In november van dat jaar is er bij mij in de regio veel sneeuw gevallen. Zeg maar gerust heel erg veel sneeuw. De datum, 25 november, zal ik niet snel vergeten. Aan het begin van de middag viel de stroom uit en het bleef maar sneeuwen. Aan het einde van de middag, net voor het donker zou worden, lag er al een laag van zo’n 30 cm. Ik besloot toen om de vogels in het nachthok op te sluiten. Later op de avond bleek dit een wijs besluit te zijn geweest gezien de volière onder de druk van de sneeuw bezweek. Er lag toen een laag van zeker 50 cm sneeuw op het gaas. De volgende dag toen het licht was kon de echte schade opgenomen worden. De gehele zijkant welke aan een muur bevestigd was, was losgekomen en naar beneden gezakt. De coniferen hadden gebroken takken en de kleinere struiken lagen platgedrukt onder de sneeuw. We hadden op dat moment nog steeds geen stroom en gelukkig kon ik via een omvormer in mijn auto voldoende elektrisch vermogen genereren om een paar spaarlampen en de cv ketel te laten werken. Gelukkig ben ik door dit alles niet direct vogels veloren echter wel een tweetal jonge lori’s in het nest. De ouders waren doordat het in het vogelhok donkerder was dan normaal, in de nestkast gekropen en hebben daardoor de jongen niet meer gevoerd of onvoldoende gevoerd.

Helaas ben ik in dat voorjaar niet in de gelegenheid geweest om de schade aan de volière te herstellen. Ik heb in het binnenverblijf nestgelegenheden opgehangen en tot mijn grote verbazing werd er direct gebruik van gemaakt. Er werden 3 eitjes gelegd welke ook alle 3 uitkwamen. Toen ik een paar dagen later de jongen wou ringen, waren ze alle 3 weg. Nog geen week later waren er opnieuw 3 eitjes gelegd en nu ging het iets beter. Na het ringen stierf er 1 jong maar de andere 2 kwamen gezond en wel op stok. Helaas bleef het daarbij voor dat jaar. Het broek/zus koppel bleef helaas kinderloos. In 2006 heb ik een onverwant paar kunnen kopen welke tot dusver ook zonder resultaten was gebleven. Het betrof een nakweek pop en een wildvang man. Met zekerheid een onverwant koppel dus. Ik heb ze in een binnenvolière geplaatst en hoopte er jongen van te kunnen fokken zodat ik die aan mijn andere vogels kon koppelen. Het paar had helaas geen enkele interesse in de geboden nestgelegenheden. Dit voorjaar heb ik de mannen omgewisseld. Het paar in het nachthok van de buitenvolière (nog steeds niet weer opgebouwd maar er wel mee bezig) bouwde al snel een nest en heeft ondertussen 1 jong grootgebracht. Ondertussen heeft het andere paar ook een nest gebouwd maar de nestmaterialen oefenen een grote aantrekkingskracht uit op een paar Kaapse mussen in dezelfde volière, en worden er telkens weer uitgeroofd. Om resultaat te behalen zal ik het paar dus een eigen volière moeten geven. Ondertussen wordt ook daar hard aan gewerkt. Opgemerkt moet worden dat het andere paar kala’s ook gezelschap heeft van een paar mussen maar deze zijn kennelijk minder rooflustig.
Op dit moment weet ik nog niet waarom er de laatste jaren minder goed gekweekt is. Kwam dat doordat ik vogels uit dezelfde bloedlijn aan elkaar had gekoppeld, of moet de oorzaak gezocht worden in het feit dat ze nu alleen binnen gehuisvest zijn of was het meer een combinatie van die dingen. Misschien is de kala buulbuul inderdaad gevoelig voor inteelt. Zonlicht en buitenlucht kunnen een rol hebben gespeeld bij de successen van de eerste jaren. Beide zijn ontegenzeggelijk van groot belang voor een gezond vogellichaam. Ook het aanbod van natuurlijk voer in de vorm van insecten die de vogels zelf in de volière konden vangen, zou een bijdrage in de positieve resultaten kunnen zijn geweest. Duidelijk was dat er iets moest gebeuren met de huisvesting en ik hoop dan ook dat zodra de buitenvolière weer in gebruik is genomen, ook de resultaten zullen toenemen.
Inmiddels is de buitenvolière weer in eer hersteld en hebben de vogels er weer hun weg in gevonden. De eerste broedresultaten waren al binnen enkele weken na het gereedkomen van het bouwwerk een feit. De vogels hebben dit keer, mede door het gebrek aan mogelijkheden om buiten te nestelen, wederom binnen een nest gebouwd in een traditioneel harzerkooitje. Van de vier eitjes zijn er drie uitgekomen. Helaas is er binnen een dag al één jong overleden. Op dat moment dacht ik ‘daar gaan we weer’ maar het viel mee. Met de overgebleven twee jongen ging het gelukkig beter. Ze groeiden enorm goed en zijn twee weken later uitgevlogen. Ze groeiden zelfs zo snel dat ik, mede door mijn afwezigheid door de week, geen gelegenheid meer heb gehad om ze te ringen. Voor mij is het wel duidelijk dat het broeden in een buitenvolière veel beter gaat dan alleen in een binnenkooi. Ook al is dit nog niet en volledig bewijs, voor mij staat wel vast dat de andere buulbuuls ook de beschikking krijgen over een buitenvolière. Ook het echtpaar Kaapse mussen, in dezelfde volière, had ondertussen jongen. Ook zij hadden ruim twee jaar lang, met verschillende paren, onder de maat gepresteerd.

Mijn fok met de Kala Buulbuuls (Pycnonotidae Cafer). - Door F. Tiehuis

Nadat ik al jaren succesvol kweekte met mijn Witoor Buulbuuls heb ik besloten om een koppel Kala Buulbuuls aan te schaffen. Het was de bedoeling dat ik daar ook mee probeerde te kweken. Ik kreeg hier de gelegenheid voor op een vogelmarkt, toen ik deze mooie vogels zag zitten.
De vogels werden bij mij in een volière geplaatst bij meerdere vogelsoorten in. De volière heeft een afmeting van 4 meter lang, 3 meter breed en 2 meterhoog. Deze volière had ik half aangepland met struiken.

Eind maart begin april heb ik verschillende nestkastjes in de volière opgehangen, twee soorten tralienestkastjes (groot en klein), omdat ik de vogels met nestmateriaal zag slepen. De vogels hebben een tralienestkastje in gebruik genomen en begonnen met de bouw van een nest. Op 3 april hebben ze het 1ste ei gelegd en 4 en 5 april het 2de en 3de ei. De pop neemt het leeuwendeel van het broeden op zich, maar de man hielp soms ook mee. Na 12 a 13 dagen broeden bleken de eieren onbevrucht te zijn.
Het volgende broedsel werd in mei gelegd.
Het 1e ei werd gelegd op 28 mei, 29 mei volgde het 2de ei en op 30 mei werd het 3de en laatste ei gelegd. Zondag 10 juni kwam het eerste ei uit. De vogels broeden 12 dagen. De laatste twee eieren bleken helaas onbevrucht te zijn. Het jong werd geringd met een ring van 3.5 mm. Het ringen deed ik op de 6de/7de dag. Het jong werd goed gevoerd door man en pop.

Als opfokvoer gebruikte ik:
Universeel,
diepvries buffelo worpjes en pinky’s.
Ook krijgen ze de beschikking over meelwormen.
Orlux eivoer Wildzang gemengd met Casper eivoer.
En veel fruit. (peer, appel en kiwi).

Pycnonotus cafer
Pycnonotus cafer
Pycnonotus cafer
Pycnonotus cafer
Pycnonotus cafer
Pycnonotus cafer